top of page
  • Foto van schrijverJoost van Ladesteijn

Advies A-G De Bock over de vraag of TUI gedwongen met FNV in overleg dient te treden voor een CAO voor haar cabinepersoneel


Opnieuw zet Joost vraagtekens bij een advies van deze A-G. Opnieuw komt een advies rechtspolitiek voor en worden bepaalde arbeidsrechtelijke rechtsvragen wellicht zelfs onnodig fundamenteel gemaakt.


Moet het volgens A-G De Bock fundamenteel anders in de toetsing bij kwalificatie van overeenkomsten (inbedding leidend), en niet volgens de Hoge Raad, hier moet alles volgens A-G De Bock vooral bij het oude blijven en bestaan geen maatschappelijke ontwikkelingen welke uitwerking behoeven voor andere denkrichtingen, alsmede gelden wel gelijkwaardige “gezichtspunten” in een belangenafweging/toetsing.


De cassatiemiddelen worden in het advies verbasterd: er moet een belangenafweging plaatsvinden en die heeft plaatsgevonden. Einde oefening.


Joost leest diverse introducerende opmerkingen in het advies, maar mist een effectieve bespreking van de schakeringen van de cassatiemiddelen. Eén voorbeeld op basis van reeds enkel het AbvaKabo-arrest: hoe zit het in casu met het bestanddeel “en representatiever”, dus als cumulatief vereiste van relatieve representativiteit, te meer conform de stelling in het advies dat dit begrip breder dient te worden opgevat?


Meer algemeen bij een dusdanig uitgebreid advies: waarom wordt het fundamentele rechtsbeginsel van contractsvrijheid niet uitgewerkt? Hier waren zeker 20 pagina’s over te schrijven, maar hij leest niet één alinea of voetnoot daar over.


Dat brengt hem tot het volgende en een belangrijk onderdeel van de cassatiemiddelen: de nuance in de toetsing voor enige belangenafweging, juist niet conform overweging 9.7 van het advies.


De contractsvrijheid staat niet tegenover kortweg het recht op collectief onderhandelen als gelijkwaardige grootheid. Hoofdregel is de contractsvrijheid. Contractsvrijheid is nu juist wel het uitgangspunt, zo men wil analoog aan het door de A-G voorgestelde “inbeddingscriterium”.


Dit maakt de rechtsopvatting in overweging 9.9 van het advies onjuist en wellicht ook (rechtsoverweging 6.6 van) het arrest van het hof, te meer op basis van het AbvaKabo-arrest, bij überhaupt toepasselijkheid, kan worden betoogd dat representativiteit enkel een “belang” tot toelating meebrengt en aanvullend enige representatieve vakbond duidelijk dient te maken waarom zij wenst deel te nemen én dit overleg kans van slagen heeft.


Lees hier het volledige advies.


Comments


bottom of page