top of page

Kamerbrief over pgb en zzp: juist bij onduidelijkheid is zuivere terminologie belangrijk

Foto van schrijver: Joost van Ladesteijn
Joost van Ladesteijn
8 uur geleden
1 minuten om te lezen

Minister Aartsen (Werk en Participatie) stuurde op 27 oktober 2026 een Kamerbrief over pgb-budgethouders die een zelfstandige inhuren. De kern: dat kan, mits goed vormgegeven. Volgens de brief zelf heeft het opheffen van het handhavingsmoratorium niets aan de wet- en regelgeving veranderd. De terminologie in de brief verdient wel drie kanttekeningen.

1. Overeenkomst, niet ‘inhuur’ versus arbeidsovereenkomst

De brief zet de inhuur van een zelfstandige tegenover een arbeidsovereenkomst. De juridische vraag is echter of de overeenkomst een arbeidsovereenkomst is in de zin van artikel 7:610 BW.

2. Kwalificatie van de overeenkomst

De brief spreekt van ‘kwalificatie van de arbeidsrelatie’, maar het gaat om uitleg en kwalificatie van de overeenkomst. Volgens de Hoge Raad (Deliveroo, 24 maart 2023) moet door uitleg aan de hand van de Haviltex-maatstaf worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen. Voldoen die aan de wettelijke omschrijving, dan is het een arbeidsovereenkomst.

3. Inbedding blijft relevant

Volgens de brief zijn bij een budgethouder de kenmerken van het werken in de organisatie (inbedding) minder relevant. De Hoge Raad noemt echter juist de inbedding van het werk en van de werkende in de organisatie en bedrijfsvoering als mogelijk relevante omstandigheid. Of die in een concreet geval gewicht heeft, hangt af van alle omstandigheden.

Waarom dit ertoe doet

Juist in een dossier met zoveel onduidelijkheid is zuivere terminologie belangrijk. Losse begrippen uit beleidsstukken worden in de praktijk al snel als juridische maatstaf gebruikt, terwijl de wet en de rechtspraak van de Hoge Raad beslissend zijn.

Deze blog bevat algemene informatie en is geen juridisch advies. Neem voor advies over uw specifieke situatie contact met ons op.

bottom of page